home - nieuws - over Roravolere - agenda - contact - links - 
VERSLAG SYMPOSIUM RORAVOLERE
Verslag Symposium Roravolere 2009, over het thema 'Waar uw Schat is daar zal uw Hart zijn', 11 november 17.00 - 21.00 uur, Citykerk Het Steiger Rotterdam.

Dagvoorzitter mw Marianne Vorthoren heet de circa honderd aanwezigen welkom. Zij neemt het programma door en kondigt de eerste inleider aan:

de heer J.C. Beerman, directievoorzitter Rabobank Rotterdam.

De titel van zijn toespraak luidt: 'Ethiek voor en na de financiële crisis'. Daarin belicht hij allereerst het onststaan van de huidige kredietcrisis. Door, achteraf bezien, onvoldoende toezicht heeft een proces op gang kunnen komen van onverantwoord geld uitlenen, overfinanciering, betalingsproblemen en afwaardering, van toenemend wantrouwen met name van banken onderling, wereldwijde vraaguitval en economische recessie.
De vraag is of we het dieptepunt achter ons hebben, en als in de letter V op weg zijn naar herstel, dan wel nog lang in het dal blijven als in de letter U, dan wel het ene dieptepunt na het andere als in de letter W zullen beleven. Allerlei factoren spelen een rol, zoals onder meer de eigen dynamiek van de media, steun van de overheid voor sómmige banken, het geloof dat 'greed is good', en de bonuscultuur - die nog lang niet voorbij schijnt te zijn.
De Rabobank vaart een eigen koers. Deze vanouds coöperatieve bank is in beginsel eigendom van de klanten, en heeft altijd winst beschouwd als middel en niet als doel. Het zakelijk belang is in principe niet strijdig met het maatschappelijke. Shareholders zijn niet belangrijker dan stakeholders. Daarom moet de langetermijnstrategie prevaleren. Het is de tendens tot snelle winstneming die moet worden overwonnen. Cultuurverandering vergt echter veel tijd.
Topfunctionarissen bij de Rabobank verbinden zich voor vijf tot zeven jaar.
Banken zijn ook te belangrijk om ze alleen aan de markt over te laten. En evenals andere grote ondernemingen dienen ze ingebed te zijn in de maatschappij. Zo heeft de Rabobank een samenwerkingsovereenkomst met de Gemeente Rotterdam, en investeert deze bank in bijzondere maatschappelijk belangen.

Tijdens de discussie komt naar voren dat het snelle winstnemen bij klanten evenzeer verbreid is als bij bankiers.


.

De tweede inleider is: prof.dr.E.P.N.M.Borgman, theoloog aan de Katholieke Universiteit te Tilburg

Titel van de inleiding is: Economie als en sociale praktijk - een christelijke visie.
Spreker waarschuwt allereerst voor de in kerkelijke milieu's bestaande neiging om (te) snel te moraliseren. De markteconomie is, hoe onvolmaakt ook, wel het systeem bij de gratie waarvan wij leven en floreren. Met massieve kritiek op de kapitalistische economie als zodanig komen we niet verder.
De Universiteit van Tilburg is destijds opgericht als tegenhanger van de Nederlandse Economische Hogeschool in Rotterdam, vanuit de katholieke ideeën over de inrichting van de samenleving. Daarin wordt de markteconomie gezien als een sociaal instituut dat het verbazend goed doet. Onze welvaart en wetenschap zijn totaal afhankelijk van het bestaan en fuctioneren van de markt.
In de markteconomie doen zich ook altijd weer alle mogelijke problemen voor, die steeds met vallen en opstaan dienen te worden bijgestuurd. Dit geldt ook voor de huidige wereldwijde financiële crisis. De markteconomie vergt politiek-maatschappelijke controle. Dat is iets anders dan ethiek in engere zin.
Er is geen systeem om te zorgen dat dit soort dingen niet meer voorkomen. Het is zeker niet alleen een technisch probleem. Het is zaak te onderkennen dat de economie een systeem is van onderlinge afhankelijkheid. Met een ideologie van: zo min mogelijk politiek, ten beoeve van de autonomie van het individu, zijn we niet gediend. Onze rijkdom en zelfstandigheid kunnen slechts bestaan bij het eerbiedigen van de onderlinge afhankelijkheid.

Als derde inleider spreekt prof.dr.dr.Ö.Hidir, theoloog en decaan Islamitische Universiteit Rotterdam, over: Het omgaan met geld en overige bezittingen in de Islam.

In de bronnen van de Islam, de Koran en de Soenna, is veel te doen over geld en bezit. Persoonlijk of collectief eigendom is volgens de Koran zeer wel mogelijk. Met dien verstande dat de mens slechts rentmeester of regent is over wat in laatste instantie aan Allah/God toekomt. De mens is altijd verantwoording schuldig. De eigenaar heeft ook altijd verplichtingen, waarvan de zakaat of verplichte aalmoes de bekendste is.
En hoe is iemand aan zijn bezit gekomen? Wat doet hij er verder mee? Bezit mag niet besmet zijn: op onwettige wijze vergaard (haraam). De Hadith zegt: 'hoe mooi is schoon bezit in de handen van goede mensen'.
Intussen is 80 % van de bezittingen in de wereld in handen van 20 % van de mensheid.
In de discussie tussen kapitalisme en socialisme, tussen liberalisme en marxisme kiest de Islam geen partij.
Als internationaal handelaar gaf Mohammed een voorbeeld van ondernemerschap in een vrije markt. Maar hij verwierp uitdrukkelijk praktijken van geld verdienen met geld, met andere woorden: het principe van rente.
De huidige kredietcrisis vindt plaats in een wereldeconomie waarin juist de voortdurende kapitaaloverdracht ongekende vormen heeft aangenomen.
Overigens zijn de noties van eerlijk (verworven) bezit, en verantwoord verbruik daarvan, ook te vinden in andere religies, en is het goed mogelijk om met anders-gelovigen samen te werken aan een 'schone' economie.
De huidige financiële crisis hoeft niet te worden gezien als goddelijke straf. Maar het systeem dient te worden gecorrigeerd overeenkomstig de menselijke en religieus-ethische waarden die te vinden zijn in de heilige boeken.

Als muzikaal intermezzo speelt het ensemble SHEMS de ‘Dans van de Derwisj’.


.

Vierde inleider is prof.dr.H.J. Witteveen, voormalig minister van financiën, en managing director van het I.M.F.

Dr. Witteveen is al zijn leven lang aanhanger van het Universeel Soefisme, dat rond de voorlaatste eeuwwisseling is ontstaan uit de boodschap van Hazrat Inayat Khan. Deze religieuze levensbeschouwing heeft in zijn persoonlijk leven en carrière grote betekenis gehad.
Vanuit dit soefisme bezien gaat het er om hoe de mens tegen geld aankijkt, én om wat hij ermee doet. Gaat dat op een eerlijke, eervolle manier? Kenmerkt het zich door redelijkheid en verantwoordelijkheid? Hoe is de verhouding tot wat hij zelf bijdraagt aan de maatschappij, waarvan hij deel uitmaakt? Het is zaak zich niet te laten meeslepen door de roes van het verdienen, maar een geestelijke instelling te betrachten, en idealen na te streven.
Maar vaak leeft men niet op een dergelijke manier. De gevolgen hiervan kunnen maar zeer beperkt worden opgevangen door een overheid. Het gaat om het hart van de mens, en om een geestelijk leven. De huidige financiële crisis zet ook weer aan het denken. Het is tijd voor een hernieuwing van spiritualiteit.
Ons economisch systeem is in veel opzichten heel efficiënt, en leidt tot een prijsvorming die ongekende groei heeft mogelijk gemaakt. Dat moeten we behouden.
Maar soms schieten de mechanismen van prijsvorming tekort. Bijvoorbeeld ten aanzien van het milieu. In zulke gevallen moet de overheid bijsturen door gerichte heffingen.
Een vrije economie zal altijd onderhevig zijn aan schommelingen. Soms zijn die ernstig zoals in de 30-er jaren. Dan kan een overheid de conjunctuur verzachten. Zo schijnen we ook nu te verkeren in een fase van langzaam economisch herstel. Maar we moeten oppassen om niet gevangen te zitten in een eindeloze groei, die ten koste gaat van allerlei andere waarden.
De langetermijn groei zou moeten worden afgeremd. Middelen die de overheid daarvoor kan inzetten zijn bijvoorbeeld het belasten van reclame, met name de commerciële TV, die de consumptie te zeer aanjaagt. Een andere matiging kan uitgaan van de Tobin tax, d.w.z. een kleine heffing op alle financiële transacties (die trouwens veel zou opbrengen voor de schatkist). Het is een al ouder idee, dat onlangs weer is bepleit door premier Brown, en dat nu op de agenda van de G 20 staat.

Hierna gebruiken we een gezamenlijke maaltijd, die geleverd is door het vegetarisch restaurant Bla-Bla in Delfshaven.

Helaas is het programma uitgelopen. Daardoor is er weinig gelegenheid voor gesprek in kleine groepen, en voor een afrondend plenair gesprek.
In de discussie komt onder meer naar voren dat sommigen de benadering toch nog te economisch-technisch vonden, te weinig spiritueel. Ook rijst de vraag hoe men zich individueel zou kunnen en moeten opstellen tegenover de zorgwekkende economische ontwikkelingen. Anderen zijn ingenomen met de door Dr Borgman benadrukte onderlinge afhankelijkheid – in tegenstelling tot de in religieuze kringen vaak gehoorde kritiek op, zoniet verwerping van, het vigerende (kapitalistische) economische stelsel.

Niet veel later dan gepland sluit de voorzitter van Roravolere, mw Hanny de Kruijf, het symposium, onder dankzegging aan allen die daaraan hebben bijgedragen.

Gerard Burger
30 november 2009




geplaatst door webmaster roravolere op 1 Dec 21:50, gewijzigd op: 9 May 14:29