COLUMN CARRIE OP NIEUWJAARSRECEPTIE RORAVOLERE 12.01.09
Lief Roravolere en aanverwante artikelen.
Er is mij gevraagd om vanmiddag op deze nieuwjaarsreceptie die alweer de mooiste gebeurtenis van het jaar 2009 dreigt te worden, terug te blikken en vooruit te kijken tegelijk. Als je dat op de fiets doet, val je op je bek maar hier schijnt het te moeten lukken.
Misschien is het handig als ik mezelf eerst even voorstel? Ik ben niet: - Carry Tefsen, Amsterdams, mien dobbelsteen, kon ik wel zingen - Carrie uit Sex in the City want dan lag ik al met een van de aanwezige heren hier in de bezemkast - en ook niet Carry Slee, kinderboekenschrijfster, rijk en lesbisch, en ik ben zo hetro als de metro en zo arm als een kerkrat. Waar ik verder niks mee bedoel…kerkrat is een doodnormale oud-Hollandse uitdrukking. Dat we hier niet meteen met een geloofsprobleem te maken krijgen. Ik ben gewoon Carrie, en ik kom uit Rotterdam. Dat is alweer meteen gelogen want ik kom eigenlijk uit Utrecht. Ik ben geboren op de Oude Gracht boven het café van mijn oma en pas op mijn 22e kwam ik voor het eerst hier. Ik kwam het Centraal Station uit om te gaan solliciteren. Mijn schoenen gepoetst, mijn jurk gestreken mijn haartjes keurig in model. Er stond een enorme wind, die staat er in Rotterdam altijd maar dat wist ik toen nog niet. Dus mijn haar waaide in de coupe windhoos die het sindsdien gebleven is. En ik werd zowat omver gelopen door een oude man. Sorry, zei ik, want ik was toen nog wel goed opgevoed. Ach joh, snauwde hij terug: krijg jij helemaal de tering. En dat leverde mij meteen twee geweldige inzichtsmomenten op:
• ik dacht hier wil ik wonen, want ik ben er nog geen twee minuten en kan nu al wat krijgen, gratis en voor niks, nou ja de tering, maar je moet ergens beginnen met scoren natuurlijk
• ik begreep dat de oudere Rotterdammer even iets anders was dan de oudere Utrechter. Die kende ik als zoete permanentjes zwevend tussen de tena lady en omroep max in. Terwijl de oudere Rotterdammer kan grommen al seen holenbeer, schelden als een ketellapper en tegelijk de tranen in zijn ogen krijgt als het gaat over zijn Rotterdam.
En dat is potdommekes niet voor niks. Want Rotterdam, zeg ik altijd, is een stad als een vrouw. Met de linker- en de rechter-Maasoever als haar twee stevige dijen en een vochtig warme rivier daartussenin. Maar wel beschadigd. Na het speciale Duitse design van de binnenstad zo’n 60 jaar geleden, moest er wel wat opgeknapt worden. Niet alleen in de stad, maar ook in de harten van de mensen. Want daar zat pijn. Pijn om de doden die gevallen waren, pijn om de brandlucht die nog jaren bleef hangen, pijn om die nieuwkomers die er allemaal niks van wisten, van heel die oorlog niet. Maar wel in je straat komen wonen. En dan nog rare gebruiken hebben en nog gekkere geloven. Van 72 maagden tot een stip op je voorhoofd, van heilige koeien tot winti in je achtertuin. Zottigheid, vonden de oudere blanke wijkbewoners dat in die tijd. Kijk, je sloeg een kruis als Feyenoord een penalty tegen kreeg, je ging met kerst naar de nachtmis en je bad tot de heilige Antonius als je iets kwijt was. Maar gekker moest het niet worden. De eerste moskeetjes werden nog wel getolereerd, maar toen de oudere Moslimmannen daar in een jurk naar toegingen, werden er toch heel veel hoofden geschud en schouders opgehaald. Turkie, turkie in je onderjurkie, riepen de Pietjes Bell van die tijd dan ook al snel. En dat was dan nog voor 11 september, Pim Fortuyn en Theo van Gogh. Voordat Israel de Gazastrook binnenviel en Hamas maar raketten bleef afschieten. Voordat er een gepommadeerde lakei, Geert Wilders genaamd, haat mocht zaaien en Rita Verdonk dat als Tante Pollewop in de politiek nog een zachtjes over ging doen. De vrouw waar ik trouwens ook geen hand aan geef, maar dan omdat er bloed aankleeft van een Schipholbrand die zij met een beter beleid had kunnen voorkomen. En midden tussen de verharding en de verhuftering van onze samenleving bleef er een klein groepje pleiten voor begrip, tolerantie, respect en wederzijds inzicht. De Roravolere…het klinkt als een Gallisch dorpje bij Asterix en Obelix die moedig stand hielden tegen hun Romeinen. En dat is het denk ik ook wel. Denk ik, want ik weet niet waar de Roravolere voor staat. Terwijl ik toch een uitstekende opleiding heb gehad. In groep 4 van de bassischool zei de juf al: jongens we gaan vanmiddag een moeilijk werkje doen: we gaan zinnen maken met het woordje niettegenstaande. En Marietje mocht beginnen. Niettegenstaande het feit dat de draagsters van hoofddoeken vaak worden gezien als onderdrukte vrouwen beschouwen steeds meer Moslima’s hun hoofddoek juist als een trotse uiting van hun religieuze identiteit. Goed riep de juf, taalkundig gezien dan. Want eigenlijk was ze dat gezeur over de hoofddoeken allang zat. Het gaat immers over de herseninhoud die eronder zit. Toen mocht Mitchell, een jongetje dat achter Marietje zat. Niettegenstaande het feit dat er dus al een Roravolere was, vond wethouder mevrouw Kriens het nodig om er toch weer een nieuw platform voor in het leven te roepen. Weer goed, riep de juf en ze klapte in haar handen, wat had ze toch knappe kinderen in de klas. En eigenlijk wilde ze toen verder gaan met de les maar er zat nog een jongetje achter in de klas met zijn vinger omhoog. Nou vooruit dan maar zuchtte de juf, Jantje, probeer jij het dan ook nog maar even. Mijn broer, zei Jan, neemt als hij bij zijn vriendin gaat slapen altijd een matras mee. Ja, vroeg de juf bemoedigend en wat heeft dat met niettegenstaande te maken. Nou zei Jan logisch toch, omdat hij niet tegen staande neuken kan. Kijk, die Jan die moet later iets hoogs geworden zijn bij dit Roravolere dat kan niet anders. Die logika, dat inzicht ook. Dat of je nou in God, Hindoe, Allah of helemaal niets gelooft je datzelfde geloof ook in de mensen moet hebben. Om je heen. In je straat, in je wijk, in je stad. En op die hele aarde. Dat een beetje diepgang geen kwaad kan, dat belangstelling voor de ander ook betekent belangstelling voor iemand anders geloof. En dat je moet gaan voor ontmoetingen van mens tot mens. Toen ik werkte met de tippelmeisjes van de Keileweg, de Koninginnen van de nacht, is er geen groep, kerk, of bedrijf geweest die nee zei als ik wat voor die meiden vroeg. En dat zegt mij genoeg. De een gaf geld, de ander bracht anoniem broodjes, en de derde richtte de huizen in. Hartverwarmend en dwars door alle religies heen. Kijk, zoals vrouwen weleens een orgasme faken, wat dan weer komt omdat mannen faken dat er een voorspel is, zo doet de politiek vaak alsof ze wel oog en oor hebben voor mensen met verschillende achtergronden. Maar voorlopig hebben we op het suikerfeest nog geen vrij, blijft de Christenunie pleiten voor de zondagsrust en wordt er voortdurend gebakkeleid wie er nou het ergste tegen homo ‘s is. De Paus of de Imam. Het is mooi dat jullie dat op je eigen gekke wijze proberen te doorbreken. Met kleurrijke gesprekken en zo. Kijk, ik heb vandaag geen veren bij me, en die ga ik ook bij niemand in zijn reet steken. Want jullie moeten ook het komende jaar gewoon op een stoel kunnen zitten zonder er aambei-related bij te gaan kijken. Maar ik vind het wel ongelooflijk knap dat jullie van de twaalf kleurrijke gesprekken die je volgend jaar gaat organiseren er al drie hebt toegezegd gekregen. Februari, mei en September….nou de fucking rest nog. Ik zie mensen toch een beetje schrikken van mijn taalgebruik. Jongens daar kan ik ook niks aan doen. Ik spreek nou eenmaal ABR, algemeen beschaafd Rotterdams, en dat is een harde taal. Wij wensen mekaar al snel de tering, de tufus en de pleurisy toe. Omdat dat ziektes zijn waar je toch haast niet meer aan kan overlijden. En omdat uitdrukkingen die in de rest van het land nog wel gebruikt worden bij ons niet meer door de beugel kunnen.Ik noem stik maar in een regio waar 1 op de 5 baby’s met ernstige chronische cara geboren wordt, ik krijg het mijn muil niet uit. Of schiet op, voordat je het weet nemen ze dat bij ons letterlijk en word je zo voor je kloten geschoten. Nou ja ik heb ook nooit anders geleerd. Tijdens mijn inburgeringscursus hier in Rotterdam werd nog gebruikt gemaakt van het aloude Rotterdamse leesplankje: tering-aap, tering-noot, tering-mies. En daarom kan ik nog maar een ding tegen jullie zeggen en dat is tering. Uit bewondering natuurlijk dat jullie zo rustig en gestaag doorgaan, met bruggen bouwen, met banden kweken, met van mens tot mens en zo. Deden dat maar meer mensen, lief Roravolere…joh krijg nou de hik; ik krijg ineens een derde inzichtsmoment, dat Roravolere niet een of ander duur latijns woord is maar een afkorting…voor Rotterdamse Raad voor levensbeschouwing en religie. Joh, zeg dat dan! Nee wat jullie doen, dat geeft de burger moed en dat kan ook deze burger soms zo nodig hebben. Ik was dan ook apetrots om hier te mogen zijn.
Alles happy en zo voor in 2009 en ik was dus Carrie, tot de volgende keer.
geplaatst door webmaster roravolere op 20 Jan 21:41, gewijzigd op: 20 Feb 12:44

home
29 mei: Expertmeeting over Islamofobie
COLUMN CARRIE OP NIEUWJAARSRECEPTIE RORAVOLERE 12.01.09